VEEL VERBORGEN WERELDKAMPIOENEN ZIJN FAMILIEBEDRIJVEN


20 januari 2015 - Ze behoren tot de wereldtop, maar zijn vaak onbekend bij het grote publiek: hidden champions. Onder deze stille kampioenen zijn opvallend veel familiebedrijven.
Ooit geweten dat er een aparte markt bestaat voor bankbiljettenvernietigers? Het Nederlandse familiebedrijf Kusters heeft haar eigen markt als het ware uitgevonden en is uitgegroeid tot wereldmarktleider. Ook Eijsbouts (klokken) en Barenbrug (graszaad) zijn voorbeelden van familiebedrijven die in hun nichemarkt tot de wereldtop behoren.

Hidden champions
Hidden champions noemt de Duitse managementhoogleraar en internationaal vermaarde businessgoeroe Hermann Simon ze: kleine tot middelgrote bedrijven die onbekend zijn bij het grote publiek én binnen hun deelmarkt tot de top 3 van de wereld behoren. Simon doet er al een kwart eeuw onderzoek. Alleen in het Duitse taalgebied telde hij al meer dan 1300 hidden champions. De meerderheid bestaat uit familiebedrijven. Het zijn niet de grote giganten die voor duurzame economische groei en grote exportsuccessen zorgen, maar eerder deze stille kampioenen, is zijn boodschap.

 

“Ook onder Nederlandse familiebedrijven zijn opvallend veel hidden champions.”



Pursey Heugens

Van nature schuchter
Pursey HeugensPursey HeugensVolgens Pursey Heugens, managementhoogleraar en verbonden aan het Erasmus Centre for Family Business, zijn ook onder Nederlandse familiebedrijven opvallend veel hidden champions. “Dat het grote publiek dat niet weet, komt omdat familiebedrijven van nature schuchter zijn. Ze lopen niet te koop met hun successen.” Zo trekt hun succes niet te veel concurrenten aan. Daar komt bij dat ze vaak opereren in markten die niet zo in het oog springen: zaadveredeling, machinebouw, logistiek. Zo is er Boon Edam, specialist in draaideuren. BBA Pumps (Doetinchem) maakt wereldwijd furore met pompen en leidingsystemen. Gatso (Haarlem) is wereldmarktleider in flitspalen en snelheidsmeetapparatuur.

Nichemarkt
De kleine multinationals onder de familiebedrijven concentreren zich op een heel specifieke, nauwkeurig afgebakende markt. “Dat is een welbewuste, strategische keuze, ” zegt Albert Jan Thomassen van FBNed, de vereniging van familiebedrijven. “Ze zijn te klein om een brede markt te bedienen en kunnen niet concurreren met de grote beursgenoteerde ondernemingen. Ze zoeken liever een niche op, waarin ze kunnen excelleren.” Volgens Heugens heeft dat ook te maken met angst voor outsiders. “Diversificatie kost veel geld. Daar heb je extern kapitaal voor nodig. Vaak maakt diversificatie het ook noodzakelijk om buitenstaanders bij het management te betrekken. Daarom richten veel familiebedrijven zich liever op een nichemarkt. Dan houden ze zelf zeggenschap en controle.”

 

“Het is geen trucje dat door slimme marketeers is bedacht, maar door mensen van vlees en bloed, die het bedrijf zelf hebben opgebouwd.”


 

De beste willen zijn
Dat deze familiebedrijven er niet zelden in slagen om het op hun deelmarkt tot wereldtopper te schoppen, komt doordat ze hun ambitie om te groeien combineren met een diepgewortelde passie om de beste te willen zijn, zegt Thomassen: “Ze hoeven geen superwinsten te realiseren. Hun hoofddoel is dat hun klanten tevreden zijn en dat ze stap voor stap beter worden.” Dat zit als het ware in het DNA van het familiebedrijf, zegt hij. “Het is geen trucje dat door slimme marketeers is bedacht, maar door mensen van vlees en bloed, die het bedrijf zelf hebben opgebouwd. Desnoods duikt de CEO zelf nog even het lab in om nog ergens aan te knutselen.” Daardoor weten ze ook hun medewerkers te motiveren. Bij elke nieuwe generatie speelt natuurlijk de vraag of de opvolger die spirit kan vasthouden. “Als de opvolger meer iemand is die op de winkel past, kan een hidden champion zijn positie snel verliezen”, zegt Heugens.


Albert Jan Thomassen

Innovatie
Een andere succesfactor is dat deze familiebedrijven heel dicht op de huid van hun klanten zitten. Heugens: “Die beschouwen ze niet alleen als afnemers, maar ook als zakenpartners van wie ze veel kunnen leren.” Als het gaat om innovatie, richten ze zich vooral op het steeds slimmer inrichten van de productie en het nog beter inspelen op de wensen van klanten. Heugens: “Hun klantcontacten zijn heel intensief. Ze zijn constant bezig om te onderzoeken hoe het bij klanten uitpakt wat ze hebben bedacht. Daardoor weten ze precies wat er speelt en kunnen ze de concurrentie vaak een stap voor blijven.”

Volgens Thomassen wordt onderschat hoeveel deze wereldtoppers investeren in innovatie. “Als je vraagt hoeveel ze daaraan uitgeven, kunnen ze dat vaak niet zeggen. Ze leggen minder vast dan beursgenoteerde bedrijven, waardoor hun innovatieve inspanningen minder zichtbaar zijn.”

Voorsprong
Maakt specialisatie in een nichemarkt deze bedrijven ook niet erg kwetsbaar? “Meestal gaat het goed”, zegt Thomassen, “Maar hun positie is nooit onbedreigd.” Daarom zie je, zeker bij bedrijven die langer bestaan, vaak ook diversificatie. “Bijvoorbeeld door nog meer internationaal te opereren. Of door een tweede of derde nichemarkt op te zoeken.” Ook stellen veel hidden champions na verloop van tijd toch outsiders in de directie aan. Of ze gaan ze nauwe samenwerking aan met kennisinstituten in hun vakgebied. Thomassen: “Juist door zich open te stellen voor mensen die hen kritisch bevragen en een spiegel voorhouden, weten ze hun voorsprong te behouden.”

© Ditty Eimers, Stichting Familie Onderneming

 

 
DEEL DIT BERICHT
NAAR ANDERE BERICHTEN