FAMILIEBEDRIJF ALS WERELDTOPPER: EIJSBOUTS


27 janauri 2015 - Het Nederlandse familiebedrijf Eijsbouts uit Asten is wereldmarktleider en verreweg de grootste klokkengieterij ter wereld.
In de werkplaats van Koninklijke Eijsbouts Klokkengieterij bevestigt een ambachtsman wassen letters op een enorme klokkenmal. Daarin wordt straks – bij een temperatuur van 1100 graden – 3,5e ton vloeibaar brons gegoten. “De klok is bestemd voor de kathedraal van Rio de Janeiro”, vertelt eigenaar-directeur Joost Eijsbouts niet zonder trots. “En daar staan de eerste van 60 klokken voor het carillon van Litouwen.” De klokken worden met opzet iets dikker gegoten. Daarna begint het werken aan de juiste toon.

 

“Nergens ter wereld worden klokken op zo’n wetenschappelijke manier gegoten”


 



De man met het oor
Eijsbouts: “In de gieterij praten we over tonnen kilo’s, maar bij het stemmen gaat het om honderdsten van halve tonen.” Stap voor stap wordt het overbodige materiaal weggefreesd om de perfecte vorm en klankkleur te bereiken. Voor de finishing touch is “de man met het oor” onontbeerlijk: misschien moet er toch nog een fractie van een millimeter af.  Want een klok moet niet alleen technisch goed zijn, hij moet ook emotie oproepen. “Een goede klok klinkt bedroefd in tijden van verdriet en opgewekt op feestdagen”, zegt Eijsbouts.



 

“Een goede klok klinkt bedroefd in tijden van verdriet en opgewekt op feestdagen”


Notre Dame
Van de slagklok in de kathedraal van Santiago de Compostela tot de 37 ton wegende luidklok aan de voet van de Japanse Mount Fuji: ze zijn ontworpen en gegoten in Asten. Ook de leidende klok in de bekendste kerk ter wereld – de Maria in de Notre Dame – is gemaakt in Asten. Joost Eijsbouts – de 4e generatie – zal nooit vergeten hoe de bronzen kolos vorig jaar onder grote belangstelling achter een stoet kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders over de Champs Elysées naar de Notre Dame werd gereden. “Niet de moeilijkste, wel de meest eervolle opdracht die we ooit hebben gekregen.”


Joost Eijsbouts

Burgeroorlog
“We kunnen niet met minder dan het beste genoegen nemen”, had het Franse kerkbestuur gezegd. “Natuurlijk”, antwoordde Eijsbouts. “Maar wij menen dat de lat een stuk hoger kan dan u had gedacht.” Nadat hij had uitgelegd wat technisch mogelijk was, werden de eisen zo hoog opgeschroefd dat er nog maar één bedrijf overbleef dat de Maria kon maken: Eijsbouts. De opdracht voor 8 kleinere klokken ging naar een Frans bedrijf. “Als ze die ook aan ons hadden gegund, zou dat tot een burgeroorlog hebben geleid”, lacht Eijsbouts.

Rekenmodellen
Dat het familiebedrijf – 50 medewerkers, jaaromzet € 7,5 miljoen – wereldwijd op nummer één staat, heeft volgens hem alles te maken met de innovatieve inslag. Al is Eijsbouts op het eerste gezicht een puur ambachtelijk bedrijf, daarachter gaat een wereld van moderne techniek schuil. Al begin jaren ’80 ging Joost samenwerken met de TU Eindhoven. Zo werden de rekenmodellen die hij zelf al voor de klokken had ontwikkeld, omgevormd tot computergestuurde processen.

Het besluit om de deuren open te gooien voor de universiteit, betekende een revolutie. De klokkengieterij is een gesloten wereld, waar klokrecepturen van vader op zoon worden overgedragen. “Doorbraken worden angstvallig geheim gehouden.” Die houding maakte het bedrijf kwetsbaar, concludeerde hij al snel na zijn aantreden. “Wij hebben van klokgieten een reproduceerbaar vak gemaakt. Voordat het woord open innovatie bestond, waren wij daar al mee bezig. Je kunt je keuken niet dichthouden, als je een bedrijf echt wilt ontwikkelen.”

 

"De klokkengieterij is een gesloten wereld, waar klokrecepturen van vader op zoon worden overgedragen."


Computersimulaties
Ieder klokmodel, inclusief gewenste klankkleur, wordt door computers berekend. Bij restauraties van oude klokken kan Eijsbouts klanten met computersimulaties laten zien hoe de muzikale kwaliteit met minimale ingrepen hersteld kan worden. “Nergens ter wereld worden klokken op zo’n wetenschappelijke manier gegoten”, zegt hij. Met de eerste proefberekeningen was de computer per klok nog 2 weken bezig. “Nu duurt dat 2 seconden en is het resultaat nog gedetailleerder.”

Nog steeds worden de klokkenmakers in het bedrijf zelf opgeleid. Door het oude vak te verweven met moderne technologie kon de opleiding aanzienlijk worden bekort. Voorheen duurde het minstens 10 jaar voordat nieuwkomers de kneepjes van het vak onder de knie hadden. Tegenwoordig beheersen ze na een jaar 80% van de werkzaamheden. Eijsbouts: “Als je jonge mensen wilt verleiden voor dit prachtige vak, kun je niet aankomen met een leertraject van 10 jaar.”



Uurwerkmakers
Joost is niet de eerste vooruitstrevende telg van de familie. Al sinds de oprichting is de bedrijfscultuur gericht op vernieuwing. “Dat komt omdat we van oorsprong makers van tikkende klokken zijn.” Zijn overgrootvader begon in 1872 een fabriekje in torenuurwerken. Pas na de Tweede Wereldoorlog ging Eijsbouts ook luidklokken gieten. De helft van alle Nederlandse torenklokken was door de Duitsers omgesmolten tot wapens.

Joosts vader Max en zijn oom Tuur voorzagen een enorme vraag naar nieuwe klokken. Als uurwerkmakers waren de Eijsbouts gewend om fijnmechanisch te werken, met veel oog voor techniek, voor het verhogen van de precisie en het verlagen van de kosten. Zo ontwikkelden ze een frisse kijk op de klokkengieterij: hoe zou je met moderne techniek nog hoogwaardiger klokken kunnen maken, tegen lagere kosten? Eijsbouts: “Daardoor konden ze zich al snel scharen onder de prominente aanbieders op de wereldmarkt.”

 

“Dit is een extreem grillige markt. We kunnen nooit voorspellen hoe groot de omzet zal zijn. In sommige periodes kun je alleen zaaien. Dat lukt niet als er steeds aandeelhouders in je nek hijgen.”


Grillige markt
Ook de focus op de lange termijn en de hechte banden met het personeel, die het familiebedrijf kenmerken, zijn volgens Eijsbouts voorwaarden om te floreren in de klokkengieterij. “Dit is een extreem grillige markt. We kunnen nooit voorspellen hoe groot de omzet zal zijn. In sommige periodes kun je alleen zaaien. Dat lukt niet als er steeds aandeelhouders in je nek hijgen.”

Klokken kunnen honderden jaren meegaan. “Vanuit ondernemersperspectief een hele nare eigenschap”, zegt Eijsbouts. “Er is weinig vervangingsvraag.” Bovendien behoren klokken niet tot de eerste levensbehoeften. Daardoor kan het vele jaren duren voordat een geïnteresseerde partij daadwerkelijk besluit een klok te bestellen. “Het kan zomaar tegenvallen met de fondswerving. Of er gaat toch iets anders voor.”



 

"Klokken kunnen honderden jaren meegaan. Vanuit ondernemersperspectief een hele nare eigenschap.”


Een blik uitzendkrachten
Soms zijn er wel 200 partijen die nadenken over de aanschaf van een klok. “Het ene jaar leidt dat tot 70 opdrachten, het andere jaar tot 140. Dat zijn enorme verschillen, waar je nauwelijks op kunt plannen.” Een blik uitzendkrachten opentrekken kan niet. Mensen ontslaan in slappe tijden is ook lastig. “Straks heb je ze weer hard nodig.”

Nog steeds zijn er vakbroeders die de moderne aanpak van Eijsbouts verfoeien. “Vasthouden aan tradities klinkt mooi, maar uiteindelijk moeten veel ambachtelijke klokkengieters vaststellen dat het onvoldoende is om te overleven.”

© Ditty Eimers, Stichting Familie Onderneming

 
DEEL DIT BERICHT
NAAR ANDERE BERICHTEN